Van-Jorn doet alles anders



Wie verneemt dat Jorn Hofman al op zijn 10e begon met een onderneming in lichtobjecten, begrijpt vast dat hij als 22-jarige de opstartfase van zijn eigen camperfabriek allang achter de rug heeft. Zijn ideeën over het interieur van buscampers zijn even onorthodox als sympathiek. Laat de jeugd maar schuiven.


De energie van jonge mensen kun je niet in waarden of percentages uitdrukken, maar zijn des te beter voelbaar wanneer je je op hun golven van enthousiasme laat meevoeren. Een kind dat tot vervelens toe 'waarom' herhaalt op elk antwoord dat je als ouder geeft, kan niet genoeg geprezen worden. Hopelijk vindt de kleine iets van wat-ie ziet. En met een beetje mazzel denkt hij of zij dat het alle­maal ook best anders kan. Misschien niet meteen beter, zo oordeelt de docerende ouder dan snel, maar wel afwijkend.


Belangrijk, want anders zou er nooit iets veranderen in de wereld. Door vaste waarden te laten voor wat ze zijn, door de moeite te nemen schijnbaar vastgeroeste ideeën alsnog te gaan losbikken en door je niets aan te trekken van geldende regels kom je als innovator nog eens ergens. Jorn Hofman, oprichter van het naar zichzelf vernoemde Van-Jorn, paste bovenstaande toe toen hij op zijn ]Se besloot de Hymer van zijn ouders grondig te verbouwen. Het kon allemaal beter en mooier, vond hij. Nu past hier enige uitleg, omdat die H ymer geen toevallig slachtoffer was, maar een camper die hij samen met zijn vader had uitgezocht om te verbouwen. lom is gek op auto's en dol op (en gespecialiseerd in) interieurs en die combinatie moest beklij­ven in een camper, wat immers een rijdende woning. Die zou hem de vrijheid bieden waarnaar hij als puber op zoek was. "Als klein kind droomde ik ervan om bij het circus te werken en daarmee de hele wereld over te trekken. Ik maakte al heel vroeg schetsen van interieurs van mijn kampeer­wagen, ik had echt duidelijk ideeën hoe alles moest worden. Die Hymer, van 1990, was verschrikkelijk ouderwets vanbinnen, met al dat duffe houtfineer en gefrutsel met versieringen dat meer bij oudere mensen hoorde. Het leek totaal niet op wat ik voor ogen had. Ik mocht de camper verbouwen, waarna we er met het hele gezin mee naar Scandinavië op vakantie zijn gegaan. Het was de bedoeling de Hymer na terugkomst te verkopen en dat is ook gelukt. Toen had ik de smaak wel te pakken."


HOOGVLIEGER

Nog even terug naar het intro van dit verhaal, over de Jorn Hofman die zich op zijn lOe al ondernemer mocht noemen - hij schreef zich op die leeftijd in bij de Kamer van Koophandel. "[k maakte lampjes en andere lichtobjecten en die verkocht ik. Toen ik er een ontwerpwedstrijd mee won, mocht ik als hoofdprijs naar mijn ideeën een winkel inrichten. Ik ging toen nog veel meer objecten ontwerpen, maken en verkopen en gaandeweg kreeg ik ook steeds meer vaardigheid in de omgang met klanten." Jorn bleek een hoogvlieger als het op ontwerpen aankwam en hij pakte de zaken toen meteen maar rigoureus aan. Op zijn 12e, welteverstaan. "Ik ging ook ontwerpen maken voor huisinterieurs en ik heb wat verbouwinkjes gedaan, eerst voor vrienden en familie en uiteindelijk voor veel meer mensen. Ik kreeg steeds meer zelfvertrouwen." Het volgende project was de oprichting van een kunstenaarscollectief in Groningen. Voor alle duidelijkheid: hij zat toen in groep 8 van het basisonderwijs. "[k kon vanwege de financiële crisis een jaar lang beschikken over een pop-up store van 500 vierkante meter, waar nog veel meer ruimte was om mijn lampen te tonen en te verkopen. Daarmee heb ik flink wat budget kunnen opbouwen."


Nadien hield hij zich bezig met 'losse klussen', zoals keukens verbouwen en het ontwerpen en vervaardigen van meubels. Inmiddels zijn we dan weer terug bij de 15-jarige Jorn die de ouderlijke Hymer op zijn kop zette. Het was de definitieve aan­zet tot de activiteiten die hij nu ontplooit in zijn loods op het terrein van de voormalige suikerfabriek in Groningen. Het betreft feitelijk een verzameling zeecontainers met een dak erop. En die locatie blijft intact, hoewel er vastomlijnde plannen voor uitbreiding zijn.

De winst die Jorn opstreek na de verkoop van de oude Hymer smaakte naar meer. Hij besloot om eens een oude bestelauto te kopen, daar naar zijn eigen inzichten een interieur in te monteren en het ding te verkopen. Dat ging prima, waarna het

ene project op het andere volgde. "Of de mensen wisten dat ze zaken deden met een jongen van 16? Ik denk het niet. Ik zag er misschien wel wat ouder uit. Maar mijn vader was er wel steeds bij, hoor."


Jorn bouwde zijn eigen loods, serieus als zijn bedrijf inmiddels was geworden.

"Die bestond uit een oud klaslokaal, waar ik de werkzaamheden aan het interieur uitvoerde, en een buitenplaats waar de camper stond waaraan ik werkte." Na afronding van de havo, waar hij 'geen uitdaging in kon vinden', volgde de studie Industrieel Product Ontwerpen aan de Hanzehogeschool. "Daar bedacht ik op een avond het modulaire systeem dat nu

de basis van onze interieurs vormt. Klanten waren telkens best gelukkig met de interieurs die ik had gebouwd, maar ze kwamen terug van hun reis met verzoeken om de zaken toch weer wat anders in te richten. Ik ontwikkelde daarom rails, die langs de wanden van de bus zijn aange­bracht en waaraan je naar wens modules kunt monteren. Blijkt later dat je het keukenblok liever aan de andere kant van de wagen wilt hebben, dan halen we de boel los en zetten we het anders neer. Zonder schade. En zo kan het met alles, van een simpel kastje tot een compleet bed."


Nu was het systeem snel bedacht, maar er ging een ontwikkelingstraject van

twee jaar aan vooraf, plus de inspanningen van uiteindelijk acht teamleden, hemzelf meegerekend. De modules hebben altijd een breedte van 55 of 110 centimeter en kunnen allerlei functies hebben, van bergkast tot fornuis. Grappig is dat 'hogere jaars' van zijn opleiding bij Jorn stage liepen en daar bijdroegen aan de (verdere) ontwikkeling van bestaande en nieuwe modules.


GROFVUIL

Inmiddels is Van-Jorn in wederom een nieuwe fase beland. "Ik wilde voorheen altijd een klant hebben voor een project, wilde ik er überhaupt aan beginnen. Nu is dat andersom; we hebben zeven nieuwe Peugeots Boxer ingekocht die we op het moment transformeren naar campers. We bouwen ze in serie, wat de efficiency uiteraard ten goede komt. Elke bus wordt anders ingericht, maar zoals gezegd is het wisselen en verplaatsen van de modules altijd mogelijk."


Inderdaad staan in en om de loods zeven knapen van bestelwagens op voltooiing te wachten, in zeven verschillende kleuren en allemaal anders ingericht. Eén auto wijkt af: een gele Fiat Ducato, omdat die, anders dan de Peugeot, met een automatische transmissie leverbaar is. Tijd om eens binnen te gaan kijken, waarna direct blijkt dat je al je ideeën omtrent de traditionele camperbouw bij het grofvuil moet zetten - je begrijpt de wagens van Van-Jorn anders nooit. Waar is bijvoorbeeld de traditionele zithoek die je in 99 van de 100 campers direct achter de stuurhut vindt? "Navraag bij mijn klanten wees uit dat dat zithoekje nauwelijks wordt gebruikt. Zonde van de ruimte, denk ik dan. En daarom is het bij ons weggelaten. Zeker, zo'n groep is alsnog te bestellen, maar vooralsnog zijn de interi­eurs die het niet hebben populairder." De Boxers blinken eerlijk gezegd niet uit in gezelligheid, maar daar is gezien de nog wat smm11iere aankleding van de wagens, die nog in aanbouw zijn, ook nog geen definitief oordeel aan te hangen. Wel kun je de dynamiek er bijna van de wanden schrapen; dit zijn gezien hun robuuste aankleding duidelijk wagens voor actieve camperaars, die buitensporten verkiezen boven luieren voor de tv.


Jorn gaat voor een kast staan en demon­streert waarom de vorm is zoals die is.

"Kijk, je kunt je voeten eronder kwijt, er is voldoende breedte tussen de kasten als die aan weerszijden zijn geplaatst en de werk­hoogte van het aanrechtblad is precies goed. Ook is de inhoud royaal." Een kritisch oog ziet dat de vurenhouten latjes waarmee de kastjes zijn betimmerd niet altijd even goed aansluiten op dezelfde latjes van het aanpalende, identieke kastje. Schrijver dezes vindt zoiets wel charmant en een bewijs van liefdevol handwerk, maar Jorn is het een doorn in het oog. "Nee, dat moet echt perfect aansluiten, hoor. Maar ja, met ons huidige handwerk krijgen we dat nou net niet voor elkaar. De montage zouden we machinaal willen doen. Het wordt mogelijk een van de onderdelen

van ons werk dat we gaan uitbesteden. lk denk aan Polen, een land met uitstekende houtbewerkers."


Goed, er staan zeven hagelnieuwe Boxers L3H2 in de werkplaats voor transformatie naar volwaardige buscampers. Vanwaar Peugeot? "De Fiat Ducato is de geëigende basis voor campers, maar ik vind het be­langrijk dat de qua carrosserie identieke Peugeot Boxer een motor heeft met een net iets geringere uitstoot. Voor dit model zijn wij een verbintenis aangegaan met Nefkens, dat 27 Peugeot-dealers in het land heeft. Inmiddels zijn de campers te bezichtigen in de showrooms in Groningen, Utrecht, Den Bosch en Nieuwegein. Geïnteresseerden kunnen daar een eerste indruk opdoen en de wagen ook aanschaffen. Gewoonlijk loopt de verkoop nog via mij; de mensen komen graag hier naar Groningen. Anders begeleid ik het verkoopproces online."


PRODUCTPALET

Kenmerkend aan Jorn is dat hij erg goed naar zijn klanten luistert en graag maakt wat zij hebben willen. "Soms ook dingen waaraan ik zelf niet in eerste instantie denk. Zoals een lampje op een bepaalde plek, een tablethouder of een geïntegreerd babybedje. Meestal krijg ik toestemming van die klanten om de in eerste instantie voor hen persoonlijk ontwikkelde modules in het normale gamma op te nemen, zodat ook anderen van die innovaties kunnen profiteren. Zo breiden we ons productpalet heel snel uit."


Het gesprek komt ook op veiligheid, onverwacht een van de belangrijkste en meest kenmerkende aspecten van de modules in de wagens van Van-Jorn. "Ik durf te zeggen dat onze modules veiliger zijn dan de kastjes die in traditionele campers zijn geschroefd. Bij een botsing komt daarin alles los, omdat het meubilair met kleine schroefjes aan kunststoffen of houten wanden zijn geschroefd. Het ver­baast mij enorm dat er geen wetgeving is op dit gebied. Bij ons is de constructie totaal anders; wij verankeren de rails aan het chassis van de auto en monteren de modules daaraan vervolgens met zware bouten. Reken maar dat dat veel steviger in elkaar zit." Het lijkt wel alsof Jorn Hofman en zijn team van medewerkers aan alles hebben gedacht. Beter gezegd: alles wat gebruikelijk was hebben zij kritisch tegen het licht gehouden en getracht met gezond verstand beter te maken. Hopelijk kunnen ze die jonge energie daar in het Groningse lang vasthouden.